Oefeningen voor de gemodificeerde pengreep

Als tandartsen klachten aan hun handen en vingers krijgen heeft dat soms ingrijpende gevolgen. Om zulke klachten te voorkomen raadt ergonoom Joseph Wouters tandartsen aan om hun instrumenten te hanteren volgens de gemodificeerde pengreep. Hier ziet en leest u oefeningen voor het aanleren van de gemodificeerde pengreep, ontleend aan de methode van mevrouw drs. D. Voet.

Oefening 1

Pak het instrument in de gemodificeerde pengreep. Houd met de andere hand de ringvinger vast en maak met de eerste drie vingers bewegingen in het verlengde van het instrument.

Doe dit zo vaak dat er een natuurlijk gevoel bij ontstaat. Oefenen minimaal tien minuten per dag, over een periode van minimaal 40 dagen.

Gebruik de eerste tien dagen oefenen een potlood met daarover een penverdikker*. Zorg dat tijdens het bewegen de vingers gebogen blijven. Omklem het instrument niet met kracht.

Oefening 2

Als de eerste oefening goed gaat, dan bent u toe aan oefening 2. Bij deze oefening houdt u de vierde vinger niet meer vast, maar zet u de vierde en de vijfde vinger op het tafelblad. U voert dezelfde bewegingen uit.

Gaat dat goed, dan breidt u de bewegingen over het tafelblad uit in de vier windrichtingen.

Oefening 3
Gebruik de techniek van oefening 2 om de verschillende posities in de mond (van een vrijwilliger of een fatoomhoofd) op te zoeken.

Oefening 4
Gebruik de gemodificeerde pengreep om verschillende handelingen in de praktijk uit te proberen. Houdt daarbij een neutrale polspositie aan.

Met dank aan:
mevrouw drs. D. Voet
prof. O. Hokwerda
drs. R. de Ruijter

*Meerdere aanbieders verkopen penverdikkers.